Lancering rapport: "Tussen mogelijkheid en realiteit: Een empirisch onderzoek naar de inzet van drones door terroristen, eenlingen, criminelen en statelijke actoren in het Westen tussen 2010 - 2025"
Nieuw onderzoek van Universiteit Leiden schijnt licht op de dreiging die drones vormen voor het taakveld bewaken en beveiligen
In het Midden-Oosten en Mexico worden drones al op grote schaal ingezet voor aanslagen, en in Oekraïne spelen drones een sleutelrol op het slagveld. Als gevolg duikt in het maatschappelijke debat regelmatig het beeld op van een aanslag met een drone op een politicus, een evenement of kritieke infrastructuur. Maar hoe realistisch is dat scenario in Nederland en het Westen?
In opdracht van het Kenniscentrum Bewaken en Beveiligen onderzocht Stijn van ‘t Land (Universiteit Leiden) het daadwerkelijke gebruik van drones voor aanslagen of plannen daartoe door terroristische organisaties, criminelen, eenlingen en statelijke actoren in Europa, Noord-Amerika en Oceanië.
De dreiging lijkt vooralsnog beperkt. Tussen 2010 en 2025 werden slechts 34 incidenten geïdentificeerd waarbij drones een rol speelden bij een aanslag of een poging daartoe. Dat aantal staat in schril contrast met de aandacht die het onderwerp krijgt in media en beleidskringen. Meer dan de helft van de aanslagplannen die werden onderzocht kwam nooit tot uitvoering, doordat veiligheidsdiensten tijdig ingrepen of doordat technische fouten van de bestuurder de uitvoering verhinderden.
Vooral geradicaliseerde eenlingen of dyades en terroristische organisaties zitten achter drone-gerelateerde aanslagplannen; criminele organisaties en statelijke actoren spelen bij aanslagplannen in het Westen nauwelijks een rol. Een aanzienlijk deel van de incidenten houdt bovendien verband met jihadistisch gedachtegoed en specifiek met individuen die geïnspireerd zijn door Islamitische Staat, waarbij online kennisdeling een belangrijke rol speelt.
De incidenten in de dataset waarop het rapport is gebaseerd, waren voornamelijk gericht op hard targets. Wie overweegt een drone in te zetten bij een aanslag, doet dat vooral vanwege het vermogen van de drone om beveiligingsmaatregelen te omzeilen. Door de beperkte payloadcapaciteit van commerciële drones blijken specifieke personen of objcten - zoals politici of overheidsfunctionarissen - bovendien vaker doelwit dan grote groepen mensen.
Het onderzoek wijst ook op een paar belangrijke beperkingen van een aanslag met een drone. Een drone alleen is niet voldoende: voor een aanslag is ook een explosieve lading nodig, en het verkrijgen daarvan vormt in veel westerse landen een belangrijke bottleneck. Alternatieven zoals vuurwapens of voertuigen zijn bovendien eenvoudiger beschikbaar en operationeel minder complex.
Tegelijkertijd heeft de grootschalige inzet van drones in verschillende oorlogen laten zien wat voor schade goedkope drones kunnen aanrichten. Bovendien nam het aantal incidenten de afgelopen twee jaren sterk toe: in 2024 en 2025 vonden zestien van de vierendertig geïdentificeerde incidenten plaats. Ook neemt de poel van vaardige dronebestuurders in het Westen, door de proliferatie van commerciële drones, toe. Dat verlaagt op termijn de drempel voor kwaadwillende actoren om drones (succesvol) in te zetten bij een aanslag.
De belangrijkste les? De dreiging van een drone-aanslag in het Westen blijft voorlopig nog beperkt, maar ontwikkelt zich wel degelijk - en vooral in de afgelopen jaren. Geen reden voor alarmisme maar wel voor blijvende oplettendheid.
De bevindingen van het onderzoek werden op woensdag 10 juni gepresenteerd aan een besloten groep deelnemers die werkzaam zijn bij de verschillende stelselpartners.
Download het hele rapport via de onderstaande link.
Neem contact op met Stijn van ‘t Land voor vragen over de bevindingen of toegang tot de dataset: s.w.van.t.land@fgga.leidenuniv.nl.

